Ontvankelijkheid als verantwoordelijkheid

Notities voor de haptonomie bij ‘De plaatsvervanging’ van Emmanuel Levinas

‘In order to arrive at what you do not know
You must go by a way which is the way of ignorance.
In order to possess what you do not possess
You must go by the way of dispossession.
In order to arrive at what you are not
You must go through the way in which you are not.
And what you do not know is the only thing you know
And what you own is what you do not own
And where you are is where you are not.’

(T.S. Eliot, Four Quartets, 1943)

Leestijd ruim 5 minuten

Het werk van Emmanuel Levinas vormt een verdediging van de subjectiviteit. In zijn geschrift ‘De plaatsvervanging’, waarover dit artikel gaat, wordt subjectiviteit uitgebreid beschreven. Is subjectiviteit wel een vorm van bewustzijn of een existentie zoals we geneigd zijn om subjectiviteit te zien? Begint subjectiviteit waar onze individuele vrijheid begint? Slaan we niet over dat sub-ject zijn aan een ander een onderworpenheid inhoudt zoals in de oorspronkelijke betekenis van het woord? De argumentatie van Levinas in ‘De plaatsvervanging’ voor een positief antwoord op de laatste vraag lijkt overtuigend omdat door hem omschreven begrippen als verantwoordelijkheid, plaatsvervanging en gijzelaarschap tot onze zo menselijke werkelijkheden van alledag behoren.

Door Leander Tijdhof

Zijn in zich

Voor een beschrijving van onze innerlijke werkelijkheid van het begrip subjectiviteit wendt Levinas zich tot ons vermogen van het willen. Het willen, specifieker door de filosoof aangeduid met de term ‘obsessie’, vindt bij mensen ‘in zich’ plaats. Daarmee is subjectiviteit niet te karakteriseren als een proces ‘voor zich’ alsof het een punt is van het begin van de menselijke vrijheid. Mensen keren als het ware ‘in zich’, steeds terug naar zichzelf, waarbij het ‘ik’ tot een ‘zich’ wordt gereduceerd. In het willen, waarbij wij altijd iets willen bereiken of zoals Levinas dat benoemt een ‘obsederende nadering’, maken we ons bewustzijn niet los van onszelf om ons met onszelf bezig te kunnen houden en als het ware neer te zien op ons gedrag. Zijn in zich, stelt de filosoof dan ook, ontdoet ons ik van het ik dat het maskeert.

Zelfheid in contractie

Bewustzijn wordt gevoed als een object door een ‘idealiteit’ wordt gevat. De omweg van wat Levinas idealiteit noemt leidt tot het samenvallen van het zijnde met zichzelf. De route naar de totstandkoming van bewustzijn lijkt een avontuur maar is dat niet. Het gaat bij bewustzijn slechts om het in bezit nemen van onszelf. Het bewustzijn geldt bij Levinas als een plaats waar onze zingeving is.

Met ons bewustzijn veronderstellen wij een zelfheid achter de zelfheid omdat we ergens in ons bewustzijn over iets bewustzijn hebben. Maar de zelfheid is niet te splijten en ingeboren aan zichzelf. De zelfheid is een identificatie die vormgegeven wordt door contractie. Die beweging is de ingang ‘naar binnen’. De zelfheid is daarmee in zichzelf een steeds terugkerende beweging.

Hechting geeft verantwoordelijkheid

Het is de benauwdheid van onze lichamelijkheid binnen onze huid die een terugwijken mogelijk maakt zodat we samen kunnen vallen met onszelf. Dit proces is het voorgebied van de ontwikkeling van onze identiteit. Het lichaam is daarbij steeds in-zichzelf en vormt steeds een contractie van de zelfheid. Het is dus niet mogelijk om in dit beeld van het lichaam onszelf aan het lichaam te onthechten. De hechting vormt de verantwoordelijkheid die aan elke vrije verbintenis voorafgaat. ‘Zichzelf’ zijn houdt daarmee een verantwoordelijkheid in voor de vrijheid van anderen.

Aanraken en taal zijn niet te herleiden tot thematisering en bewustzijn. Aanraken en taal hebben als doel contact te maken en tonen zich niet aan ons in beelden. Deze onzichtbaarheid die tot contact evolueert houdt niet in dat wat benaderd wordt betekenisloos is. Aanraken en taal hebben te maken met een andere manier van betekenen dan zich te tonen en laten zich niet beperken door een thema. Een verblijf in de nabijheid omdat het thema afwezig is laat alleen een spoor achter dat zegt dat ‘ik’ niet weet waar het spoor vandaan komt. Dit niet weten is een dagvaarding van de ander aan mij. Bij mij roept dit volgens Levinas een verantwoordelijkheid op ten opzichte van anderen die ik niet ken.

Het is mij niet gegeven om me te onttrekken aan het beroep dat een naaste op mij doet. Ik kan iemand immers bij toeval naderen maar ben vervolgens niet langer vrij om distantie aan te nemen. Omdat ik daarin niet vrij ben aanvaard ik het lijden en de schuld van anderen. Deze aanvaarding is als een gijzelaarschap. Het gijzelaarschap omschrijft Levinas als een zijnswijze van mijn vrijheid en vormt daarmee de vrijheid van het ‘ik’.

Omdat het onmogelijk is om mijzelf te onttrekken aan de ander, en ik daarmee een blijvende ontvankelijkheid heb, is het ‘ik’ als een ‘zich’ een passiviteit. Ik kan immers niet anders dan dit zo te doen. De passiviteit behelst ‘de geboorte van een zin in de botheid van het zijn, van een ‘kunnen sterven’ in onderworpenheid aan het offer’.

Een dans van lichamelijkheid

Ons gijzelaarschap huist in de zelfheid waarin onze identiteit van onszelf wordt bevrijd. Dit fenomeen duidt Levinas met de term ’plaatsvervanging’. Daarin is de ander geen tegenpartij en wordt verantwoordelijkheid voor de ander gedragen door wat bestreden wordt. Deze actie van de bevrijding is gericht op werkelijke zelfstandigheid van diegene die de wereld dragen kan.

Een terugtocht uit de plaatsvervanging wordt gekenmerkt door een ‘inkeer in zich’. Het ik bevindt zich in die terugtocht in een knagende wroeging want het ik heeft te maken met de ander en niet met mijzelf. Een terugtocht uit de plaatsvervanging houdt dus een trauma in ten aanzien van verantwoordelijkheid.

Het is een ongelijkheid aan onszelf die een zuivere ontvankelijkheid voor de ander of het andere mogelijk maakt. Die ontvankelijkheid, die plaatsvervanging is als een onderdeel van mijn verantwoordelijkheid. In het nemen van die verantwoordelijkheid die mij in mijn natuur gegeven is huist dat ik mijzelf kan zijn als in een dans van eigen lichamelijkheid.

Literatuur

Emmanuel Levinas, ‘De plaatsvervanging’, Ambo / Baarn, 1989.

Eerdere items

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Bekoring van erkenning’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/12/21/bekoring-van-erkenning/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 december 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Aanraken uit de leegte’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/11/07/aanraken-uit-de-leegte/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (7 november 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Daar waar spreken stopt’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/09/25/daar-waar-spreken-stopt/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (25 september 2015).

France Guwy, ‘Jij die mij aanziet’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/08/31/emmanuel-levinas-jij-die-mij-aanziet/, televisieproductie, Hilversum (IKON) 1986.

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontvankelijkheid als verantwoordelijkheid’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2016/01/18/ontvankelijkheid-als-verantwoordelijkheid/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (18 januari 2016).

Advertenties