Voordat ik ontluik

Aantekeningen voor haptonomie bij ‘Over de ontsnapping – voorafgegaan door enkele beschouwingen over het hitlerisme’ van Emmanuel Levinas ingeleid door Ruud Welten

Leestijd ruim 9 minuten

In studies van filosoof Emmanuel Levinas is geleidelijk een erkenning ontstaan van een radicale alteriteit van de ander. Het begrip ‘alteriteit’ verwijst naar de aspecten van een persoon die onherleidbaar zijn. Dit begrip kan gelden als tegengesteld aan het begrip ‘identiteit’ dat we allemaal zo goed kennen. In enkele teksten van Levinas die hier samenvattend besproken worden, en die hij al voor de Holocaust schreef, doet de filosoof een poging om ons ‘zijn’ te benoemen. De filosoof beschrijft het zijn zoals het zich direct aan ons voordoet. De teksten maken hem volgens inleider Ruud Welten en de schrijver van dit artikel met het oog op de haptonomie tot een existentieel fenomenoloog. Dit laatste is opmerkelijk omdat de filosofische stroming van het existentialisme in de vorige eeuw pas decennia later op gang kwam.

Door Leander Tijdhof

Een pleitbezorger van onrust

Filosoof Emmanuel Levinas spiegelt in zijn studies ons westerse denken. Daarin draait het immer om een zelfgenoegzaam ‘ik’. Het ‘ik’ is te zien als een product van dit denken. De gevolgen van het zelfgenoegzame ik, het steeds egocentrische perspectief, blijven veelal onbewust. Hoe gruwelijk de gevolgen van dit gebrek aan bewustwording ook kunnen zijn.

Het gaat in de studies van Levinas om meer dan dat er een ‘ik’ voor de ‘ander’ is. De werken worden vaak daartoe in praktische en theologische zin beperkt. Het eigene van Levinas behelst verstoring van alles wat wij mensen ooit hebben bedacht. De filosoof maakt duidelijk dat een treffend in kaart brengen van iets op basis van ons hedendaagse denken een onhaalbare kaart moet zijn. In die zin is Levinas in zijn werken een pleitbezorger van onrust. De filosoof is zogezegd ongeschikt voor hen die gerustheid zoeken.

Een probleem van de huidige manier van denken over onszelf is dat wij ons steeds plaatsen tegenover de omliggende wereld. Wij doen dit dus niet tegenover onszelf. In het ontstaan van het zijn van de mens ontluikt een eigen werkelijkheid die steeds veiliggesteld wordt. Dit is de manier waarop het zelfgenoegzame ‘ik’ ontstaat. In het veilig stellen van de vermeende werkelijkheid is er ruimte tot bezorgdheid over de constructie van de werkelijkheid en de toekomst ervan.

Door de bezorgdheid over de werkelijkheid en de toekomst ontstaat ons gebrek aan zelfvertrouwen. Het zelfgenoegzame ‘ik’ in ons conservatisme blijkt steeds uitermate rusteloos. Het bewustzijn kan langs deze weg een gedaante aannemen van een gewetenloosheid.

Ervaring van het onvermogen

Het tekortschieten van de menselijke conditie en een zelfgenoegzaam ‘ik’ is nooit anders verstaan dan slechts een beperking van het zijn van de mens. Zo werd nimmer de betekenis overwogen van het eindig ‘zijn’. Mogelijk heeft dit te maken met een zeker voorbehoud ten aanzien van een oneindig ‘zijn’. Het loslaten van onze zorg om de transcendentie leidt, stelt Levinas, tot een gevoelsproblematiek.

Het hoort immers tot het hedendaagse ‘zijn’ van de mens dat een grens niet toegepast wordt op het eigen bestaan. Een grens wordt slechts toegepast op de aard van die grens zelf. Het is deze situatie die zich volgens de filosoof leent tot ‘ontsnapping’. Die ontsnapping houdt de behoefte in om een tegenstand te overwinnen van wat steeds buiten ons is. Het gaat hier om een tegenstand van dat wat een ‘niet-ik’ is.

Een bestaan van het zijn ligt in onze ervaring van het onvermogen. Dit onvermogen is de bron van alle behoeften die wij kunnen voelen, verhaalt Levinas. Het is een overschrijding van het zijn die aan de basis ligt van idealisme. In dat idealisme ligt de waarde van de Europese beschaving besloten. Elke beschaving die alleen een zijn accepteert met al het tragische (wanhoops-)gedrag waarvan wij mensen getuige kunnen raken verdient het om ‘barbaars’ te worden genoemd.

Een uitnodiging tot hitlerisme

‘Enkele beschouwingen over het hitlerisme’ uit 1934 is een onderdeel van het in dit artikel besproken werk van Emmanuel Levinas. Die beschouwingen zijn te zien als een aanval op de heersende westerse filosofie die slechts gekenmerkt wordt door vermogens als denken en oordelen. Het probleem van de westerse filosofie is dat die zich kenmerkt door een gebrek aan lichamelijkheid terwijl wij mensen ons niet vrij kunnen maken van ons lichaam. De eeuwige vreemdheid van ons lichaam ten opzichte van onszelf heeft christendom en het moderne liberalisme steeds gevoed.

Wanneer de mens gereduceerd wordt tot een lichaam en een stuk geschiedenis, zoals in het hitlerisme het geval is, kan genoemde reductie plaatsvinden omdat de westerse filosofie zich niet verhoudt tot ons lichaam. In die filosofie wordt ons lichaam steeds gezien als een kerker van de ziel of de geest. Het hitlerisme heeft zich zo kunnen ontwikkelen tot een rassenleer. Een leer die zich kenmerkte door zo’n vastgeklonkenheid dat er geen mogelijkheid tot ontsnapping meer werd gegeven of mogelijk was.

De bevrijding van ons lichaam

Ons lichaam wordt slechts geduld als een object uit de buitenwereld. Al in de Griekse filosofie had Socrates de opvatting dat het lichaam ons gevangen houdt zoals een graf op ons wachten zou. In die gedachte is ons lichaam een obstakel. Het is een situatie die gelijkstaat aan gevangenschap. Die gevangenschap moet steeds overwonnen worden voor een vrije doorgang van het geestelijke leven. Met die vreemdheid van ons lichaam zijn we steeds gevoed.

Een idee van identiteit tussen het lichaam en onszelf wordt in de eerder beschreven klassieke interpretatie verbannen naar een inferieur niveau. De vraag die Emmanuel Levinas opwerpt is of wij ons niet gewaar zouden zijn van ons lichaam nog voordat een ‘ik’ ontluikt. In de sport en in diverse kunsten bijvoorbeeld moet een dualisme tussen ‘ik’ en mijn lichaam opgeheven zijn wanneer we een zekere perfectie willen bereiken. En, vraagt de filosoof zich af, ervaart een zieke in een pijnlijk dwangpatroon niet een ondeelbare eenvoud van zijn ‘zijn’ als het lijden wordt doorbroken en een kalmte wordt gevonden?

Het lichaam is, in de gedachte van Levinas, geen ongelukkige bijkomstigheid. Het lichaam behoort toe tot een ‘ik’ dat op zichzelf staat en wij kunnen daaraan niet ontsnappen. Een gevoel van identiteit tussen ‘ik’ en het lichaam maakt het onmogelijk een dualiteit terug te vinden tussen lichaam en geest.

Een bevrijding van ons lichaam huist in onze betrokkenheid daarbij. In die nieuwe opvatting van de mens wordt het biologische lichaam meer dan een object van de spiritualiteit: het wordt het hart daarvan. De roepstemmen van de erfelijkheid, mysterieuze stemmen van het bloed en een verleden waarin ons lichaam slechts een voertuig was worden minder problematisch als deze onderworpen zijn aan een ‘ik’ dat soeverein vrij is, stelt Levinas.

Werkelijk onszelf zijn heeft er bij de filosoof mee te maken dat we ons bewust kunnen zijn van de ketening die met ons lichaam is verbonden. Het gaat erom dat die ketening wordt geaccepteerd. Zo ontstaat de betrokkenheid en met de acceptatie een bevrijding.

Menselijke conditie van ontsnapping

De filosofie kan volgens Emmanuel Levinas beter beginnen waar de eerdergenoemde ketening is in plaats van de rede die doet alsof er geen lichaam bestaat. Binnen de ketening ontstaat een ontsnapping uit de behoefte om ons weg te trekken uit onszelf. Die ontsnapping breekt met de meest radicale ketening die we hebben: de ketening waarin het ‘ik’ zichzelf is.

Dat ons ‘ik’ geketend is blijkt wel uit ons bestaan in de individuele identiteit. Een lijden dat daaruit volgt nodigt ons uit tot ontsnappen. Daarbij is de ontsnapping eveneens op te vatten als een behoefte om weg te trekken uit onszelf. Het is de ontsnapping die de vrede met onszelf steeds weer ter discussie stelt.

De behoefte tot ontsnappen is verbonden met ons ‘zijn’. In de ontsnapping wendt het zijn zich tot iets anders dan wat we doen. De behoefte ontstaat uit een dwang een schuilplaats te zoeken in iets anders, stelt Levinas. De menselijke conditie van de ontsnapping krijgt gewicht omdat die niet samenvalt met bevrediging van onze behoefte. Die behoefte drukt steeds een aanwezigheid uit van ons ‘zijn’. Het gaat volgens Levinas niet om een tekort aan ‘zijn’. Ook al omdat de bevrediging van behoeften steeds tot stand komt in een sfeer van koorts en exaltatie.

Een ontsnapping is een bevrijding van ‘zijn’. Daarmee is de behoefte tot ontsnappen nooit een nostalgie naar een ‘zijn’. De bevrediging van het genot van een ontsnapping is steeds onze oplossing voor een gevoel van onbehagen.

Genot is niet het doel van de behoefte om te ontsnappen omdat er geen afronding aan genot is. Genot is een affectiviteit. Het gaat bij genot om een proces dat een eigen weg kan gaan. Vormen van ‘zijn’ worden in dat proces niet in zich opgenomen maar eerder stuk gebroken. Een ontsnapping voor genot zal volgens Emmanuel Levinas mislukken.

De schaamte als ontdekking

Een ontsnapping ontwikkelt zich in een toenemend aantal beloften aan onszelf. Die beloften worden er volgens de filosoof steeds meer naarmate ons genot een toppunt gaat bereiken. Omdat de beloften nooit worden waargemaakt ontstaan teleurstellingen. In een moment van teleurstelling, dat eigenlijk een triomf had moeten zijn, wordt de betekenis van ons falen door schaamte benadrukt. De schaamte komt aan het licht wanneer het niet lukt om onze naaktheid te vergeten.

Het is de schaamte die we voor anderen maar ook voor onszelf steeds willen verbergen. Het laatste wordt vaak miskend, schrijft Emmanuel Levinas. De schaamte ontstaat als iets niet kan worden verborgen wat iemand verborgen had willen houden. De gevoelde noodzaak tot ontsnapping mislukt omdat het voor een mens niet mogelijk blijkt om aan zichzelf te ontsnappen.

Wat in de schaamte verschijnt is het simpele feit dat wij aan onszelf vastgeklonken blijven. De schaamte openbaart dus niet ons ‘niets’ maar het omgekeerde ervan. Het is de schaamte die de totaliteit van ons bestaan openbaart. Het bestaan is zo op te vatten als een zoektocht naar excuus. Wat de schaamte daarin ontdekt is een ‘zijn’ dat zichzelf ont-dekt, merkt de filosoof op.

Literatuur

Emmanuel Levinas, ‘Over de ontsnapping – voorafgegaan door enkele beschouwingen over het hitlerisme’, Uitgeverij Ten Have | Pelckmans, 2005.

Eerdere items

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontwikkeling als communicatie’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2016/03/22/ontwikkeling-als-communicatie/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (22 maart 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘De ander zo dichtbij’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2016/02/21/de-ander-zo-dichtbij/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 februari 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Ontvankelijkheid als verantwoordelijkheid’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2016/01/18/ontvankelijkheid-als-verantwoordelijkheid/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (18 januari 2016).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Bekoring van erkenning’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/12/21/bekoring-van-erkenning/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (21 december 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Aanraken uit de leegte’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/11/07/aanraken-uit-de-leegte/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (7 november 2015).

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Daar waar spreken stopt’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/09/25/daar-waar-spreken-stopt/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (25 september 2015).

France Guwy, ‘Jij die mij aanziet’, http://haptonomiehaptotherapie.com/2015/08/31/emmanuel-levinas-jij-die-mij-aanziet/, televisieproductie, Hilversum (IKON) 1986.

Annotatie

Drs. Leander P. Tijdhof, ‘Voordat ik ontluik’, https://haptonomiehaptotherapie.com/2016/04/19/voordat-ik-ontluik/, Kennisweb haptonomie, Stichting Kenniscentrum Haptonomie Hapsis Utrecht (19 april 2016).

Advertenties